Dag zevenenveertig: de wet heeft een datum
De cliëntenvertrouwenspersoon heeft de instelling vier Wzd-vragen gesteld, met een termijn tot 24 augustus. En vandaag verstrijkt de wettelijke termijn van de voortgezette inbewaringstelling — de familie vraagt op welke titel zij nu wordt vastgehouden.
De afgelopen week heb ik hier niet geschreven. Het dossier liep door — gedateerd, compleet — en de zaak ligt nu waar hij hoort: bij de professionals.
Er is deze week iets belangrijks gebeurd. De onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon heeft de instelling op 19 augustus schriftelijk om toelichting gevraagd op de beperking van het telefonisch contact — met vier vragen die rechtstreeks uit de Wet zorg en dwang komen: is deze beperking aangemerkt en vastgelegd als onvrijwillige zorg? Welk concreet ernstig nadeel wordt ermee voorkomen? Welke minder ingrijpende mogelijkheden zijn onderzocht? En is de Wzd-functionaris hierbij betrokken? De instelling heeft tot maandag 24 augustus om te antwoorden. Het advocatentraject loopt parallel.
En vandaag is een datum die de wet zelf heeft gezet. Een gedwongen opname begint met een inbewaringstelling van de burgemeester: maximaal drie dagen. De rechter kan die voortzetten: maximaal zes weken. Daarna — zegt de wet — stopt de maatregel, tenzij vóór het einde een rechterlijke machtiging is aangevraagd. Voor wie op 6 juli werd opgenomen, verstrijkt die termijn van zes weken deze week.
De familie heeft de bevoegde instanties daarom één vraag voorgelegd: op welke wettelijke titel verblijft zij daar op dit moment? Het antwoord staat in een dossier bij een rechtbank, en de wet schrijft voor wie dat antwoord moet krijgen: de cliënt zelf, haar advocaat — want iedereen die gedwongen wordt opgenomen krijgt er een toegewezen, kosteloos — en haar naasten via de vastgelegde weg.
Wat vaststaat, is onveranderd: elke keer dat mijn moeder de afgelopen weken werd bereikt, was zij helder en duidelijk in haar wens. Weg uit de gesloten instelling — naar huis, of naar een plek die zij zelf kiest. De wet kent haar die stem toe. Deze week moet blijken of het systeem dat ook doet.
Dit is dag zevenenveertig. Ik schrijf op wat er gebeurt, omdat mijn moeder het zelf niet kan — en omdat er een dag komt waarop mensen zullen vragen hoe dit heeft kunnen gebeuren.
We zijn nog niet klaar.