Dag achtentwintig: pure chocolade
Een levenslange vriendin sprak vandaag een kwartier met Trudy. Ze kwam tot rust bij een vertrouwde stem — en vroeg om één ding: een reep pure chocolade. Haar grote wens is onveranderd.
Vandaag sprak een oude buurvrouw, een levenslange vriendin van de familie, een kwartier met mijn moeder via de afdelingslijn.
In het begin was ze erg kortademig, vertelde ze me. Maar naarmate het gesprek liep, kwam ze tot rust. Ze werd kalmer van een stem die ze al haar halve leven kent, die gewoon even doorpraatte over gewone dingen.
De vriendin vroeg of ze binnenkort langs mag komen. En of ze iets mee kon nemen.
Mijn moeder vroeg om één ding: een reep pure chocolade.
Drieëntachtig jaar, achter een gesloten deur, en het kleinste dat ze durft te vragen is een reep chocolade. Haar grote wens is onveranderd, en ze spreekt hem nog steeds uit tegen iedereen die belt: ze wil naar huis.
Dit is dag achtentwintig. Ik schrijf op wat er gebeurt, omdat mijn moeder het zelf niet kan — en omdat er een dag komt waarop mensen zullen vragen hoe dit heeft kunnen gebeuren.
We zijn nog niet klaar.