← Alle updates 9 augustus 2026 · 02:00 read

Dag vijfendertig: hoe lang nog?

Op zondag 9 augustus sprak ik mijn moeder ruim tien minuten — het eerste rechtstreekse contact na een week van onbeantwoorde pogingen. Zij was helder, haar ademhaling zwaarder dan voorheen. Haar vraag was dezelfde als in de eerste week: hoe lang houden ze mij hier nog vast?

Na een week waarin de telefoon op de afdeling overging zonder dat er werd opgenomen, kwam er vandaag weer rechtstreeks contact tot stand: ruim tien minuten, op zondag, binnen de geldende afspraken.

Illustratie van dezelfde kamer in de zorginstelling op een zondagmiddag: de hoorn van de telefoon ligt op een lege stoel bij het raam, het snoer gespannen vanaf het nachtkastje met de tulpen; aan de muur een kalender met doorgestreepte dagen. Een impressie, geen foto van de werkelijke situatie.
Illustratie — na een week ging de lijn weer open. Een impressie, geen foto van de werkelijke situatie.

Zij was helder. Ze wist welke dag het was, ze wist hoe lang ze er zit, en ze zei precies wat ze bedoelde. Haar ademhaling klonk zwaarder dan in de eerdere gesprekken — zij lijdt aan ernstige COPD; dat staat vanaf de eerste dag op deze site.

En zij was diep ongelukkig. Ze stelde mij opnieuw de vraag die zij al vanaf de eerste week stelt, nu voor de vijfendertigste dag zonder antwoord: hoe lang nog? Hoe lang wordt zij nog tegen haar wil in de gesloten instelling gehouden? Zij wil daar weg — niet ooit, niet te zijner tijd, maar zo snel als mogelijk is. Dat zijn niet mijn woorden. Het is wat zij zelf, helder en onmiskenbaar, tegen mij heeft gezegd — zoals zij het ook zegt tegen iedereen die haar spreekt.

Ik moest haar antwoorden dat ik het niet weet. Na vijfendertig dagen is aan haar noch aan de familie getoond op welke gronden, of op wiens gezag, zij wordt vastgehouden. De beschikking en de medische verklaring zijn niet verstrekt. Verzoeken om informatie worden afgewezen met een beroep op privacywetgeving. Ik heb haar verteld dat er langs elke beschikbare route aan haar terugkeer wordt gewerkt, en dat het langzamer gaat dan gehoopt — trager dan zij verdient. Wat er verder speelt, staat in het dossier.

Eén ding heb ik haar beloofd, en die belofte herhaal ik hier, op de plek waar alles wordt vastgelegd: ik stop niet voordat zij daar weg is. Terug naar haar eigen huis — of naar een plek die zij zélf kiest. Niet een plek die voor haar wordt gekozen.

Ook dit gesprek is vastgelegd in het dossier: datum, tijdstip, verloop, en haar eigen woorden. De instelling is eerder deze week al schriftelijk verzocht het dagelijkse belmoment te borgen; vandaag ging de lijn open. Of dat morgen weer zo is, zal blijken — en wordt vastgelegd.

Dit is dag vijfendertig. Een vrouw van drieëntachtig, helder van geest en zwaar op de adem, vraagt hoe lang ze nog moet wachten. Ik schrijf op wat er gebeurt, omdat mijn moeder het zelf niet kan — en omdat er een dag komt waarop mensen zullen vragen hoe dit heeft kunnen gebeuren.

We zijn nog niet klaar.