Dag zestien: de instelling gaat de regels navragen
Na de schriftelijke contactafspraken van vorige week ligt er nu één vraag op tafel: zijn de beperkingen formeel vastgelegd en toetsbaar? De instelling heeft toegezegd dit bij de behandelend artsen na te vragen.
Vorige week legde de instelling voor het eerst schriftelijk vast onder welke voorwaarden Trudy contact met haar familie mag hebben: een beperkt aantal minuten bellen per dag, één bezoek per week, en het verzoek om niet te spreken over een terugkeer naar huis. Vandaag, op dag zestien, is er een vervolg — en het gaat over de vraag die eronder ligt.
De vraag die op tafel ligt
Toen de familie de schriftelijke afspraken ontving, is één punt teruggelegd bij de instelling: zijn deze beperkingen van het contact formeel vastgelegd, en zijn ze toetsbaar? Met andere woorden — bestaat er een besluit, op een wettelijke grondslag, waartegen bezwaar mogelijk is? Of gaat het om een feitelijke gang van zaken zonder zo’n grondslag?
Dat is geen detail. Beperkingen van het contact tussen een moeder van 82 en haar familie raken haar grondrechten. De Wet zorg en dwang bindt zulke beperkingen aan voorwaarden: zij moeten noodzakelijk en proportioneel zijn, en zij moeten schriftelijk worden vastgelegd op een manier die toetsbaar is.
Wat de instelling heeft geantwoord
De instelling heeft de vraag niet afgehouden. In haar reactie noemt zij het een terechte vraag en zegt zij toe dit bij de behandelend artsen na te vragen en daarop terug te komen.
Daarmee is de rechtmatigheid van de contactbeperkingen nu een openstaande vraag die de instelling zelf schriftelijk zal beantwoorden. Dat antwoord wordt afgewacht.
Waar het naartoe gaat
De familie laat het contact zo veel mogelijk doorlopen — dat blijft, ook nu, het uitgangspunt. Tegelijk wordt de vraag naar de grondslag van de beperkingen langs de daarvoor bestemde weg voortgezet, samen met de cliëntenvertrouwenspersoon onvrijwillige zorg.
Aanstaande vrijdag, 24 juli, wordt Trudy 83.
Dit bericht is gebaseerd op schriftelijke stukken die in het bezit zijn van de familie. Medewerkers worden niet met naam genoemd. Waar het om standpunten of lezingen gaat, is dat als zodanig vermeld. Zolang de toetsing loopt, worden geen conclusies getrokken.