Dag achtendertig: drie dagen, dezelfde stilte
Na het gesprek van 9 augustus is het opnieuw stil: drie dagen achtereen wordt de telefoon op de afdeling niet opgenomen. De feiten zijn gedeeld met de onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon.
Op zondag 9 augustus sprak ik mijn moeder — ruim tien minuten, het eerste rechtstreekse contact na een week van onbeantwoorde pogingen. Ze was helder. Haar ademhaling was zwaarder dan voorheen. Haar vraag was dezelfde als in de eerste week: hoe lang nog?
Sindsdien is het opnieuw stil. Drie dagen achtereen verliep elke poging hetzelfde: de receptie neemt op en verbindt door naar de afdeling. Daar gaat de telefoon over, soms minutenlang. Er wordt niet opgenomen. Dan is het belmoment voorbij.
Op het schriftelijke verzoek van 7 augustus — om het dagelijkse belmoment te borgen en te bevestigen hoe het met haar gaat — is nog geen inhoudelijke reactie ontvangen. Elke poging staat in het dossier: datum, tijdstip, verloop.
De onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon heeft de familie deze week verzocht de communicatie te beperken tot feitelijke informatie, die zij zelfstandig beoordeelt. De familie doet precies dat: de feiten — de pogingen, de data, het onbeantwoorde verzoek — zijn haar toegestuurd. Gedateerd. Compleet.
Wat vaststaat: elke keer dat mijn moeder de afgelopen weken wél werd bereikt, was zij helder en onveranderd in haar wens. Weg uit de gesloten instelling — naar huis, of naar een plek die zij zelf kiest.
Dit is dag achtendertig. Ik schrijf op wat er gebeurt, omdat mijn moeder het zelf niet kan — en omdat er een dag komt waarop mensen zullen vragen hoe dit heeft kunnen gebeuren.
We zijn nog niet klaar.